Mirakel van Hasselt 1317 – 2017

De geschiedenis van het Mirakel van Viversel kunnen we lezen in het boekje ‘Vier historiën van het H. Sacrament van Mirakel’, geschreven in 1620 door E. P. Matthias Pauli, Augustijn van het klooster in Brugge. Hij schreef een boekje over Eucharistische Mirakels in Herkenrode, Gent, Brussel en Leuven. In die tijd was er ook een Augustijnerklooster aan de kapelstraat in Hasselt.

Hier een vertaling van het deel over het Mirakel van Viversel, door de auteur opgedragen aan Mevrouw Anna Blockerije, abdis van de abdij van Herkenrode. Een originele druk kan men bekijken op de site van de Provinciale Bibliotheek Hasselt. http://www.flandrica.be/items/show/578/

 

Vrije vertaling van de tekst van 1620:

Beminde lezer, […], met dit geschrift wil ik u aanmoedigen om vaak deel te nemen aan de Eucharistie, en zo ook het eeuwige leven te verwachten, en het onvergankelijke goed van de hemel die het resultaat is van de werken van rechtvaardigheid. Dat loon, zo leert ons de heilige Kerk, daarvan is het H Sacrament het onderpand. Daarom geeft ons de Heilige Vader deze leefregel: als gij uw lendenen omgordt (Plasm 33, Augustinus Preek 39 De Verbis Domini) en het licht wordt ontstoken, dat wil zeggen als ge het kwaad laat en het goede doet, dan mag u een rustig leven verwachten en goede dagen. Zoek de vrede en volg ze. En dan zal je aan de Heer met een blij gelaat kunnen zeggen: Ik heb gedaan wat Gij bevolen hebt: geef mij wat Gij beloofd hebt.

Neem onze arbeid [het schrijven van dit geschrift] in dank en bidt voor ons.

 

De geschiedenis van het H Sacrament van Mirakel, dat bewaard wordt in de abdij van Herkenrode:

1.In het Jaar 1317, op de 25ste juli was er in Viversel, een dorp in het land van Luik, niet ver van Hasselt, een zieke man die merkte dat zijn leven ten einde liep, en hij wilde het H Sacrament ontvangen, wat ook het viaticum genoemd wordt: dat ons helpt van deze wereld naar de andere en ons doet ontsnappen aan de listen van de duivel die zich hard inspant om ons te vangen en onze ziel te bederven.

2.Toen de onderpastoor dat hoorde, haastte hij zich naar de zieke, met het Heilig Sacrament. En toen hij bij het huis kwam waar de zieke lag, legde hij de ciborie met de H Hostie op de tafel, om hem de zegen te gaan geven. Hij ging naar de zieke om zijn biecht te horen en om hem voor te bereiden met geestelijk advies, en hem devoot het H Sacrament te kunnen geven.

3.Terwijl de onderpastoor bezig was, hebben sommigen die daar in het huis aanwezig waren gezien dat die ciborie wat open stond op de tafel, en zij hebben het H Sacrament met hun ongewijde en onzuivere handen aangeraakt, en ze hebben het eens bekeken, en toen terug in de ciborie gestopt.

4.Nadat de priester de biecht van de zieke had gehoord, ging hij naar de tafel om de ciborie te halen en de man te berechten, maar toen hij die open deed, zag hij dat de Heilige Hostie helemaal bebloed was en zat vastgeplakt aan het doekje in de ciborie: en toen was hij verbaasd van dit wonderlijk mirakel en kreeg het benauwd. Hij sloot de ciborie snel en hield het mirakel voor zichzelf en vertelde het aan niemand die daar was.

5.En hij ging terug naar het bed en zei de zieke nog wat vol te houden en dat hij meteen zou terugkomen, en ondertussen kon hij zijn hart klaarmaken voor zijn schepper en zaligmaker, zodat hij zich met Christus kon verenigen in de communie.

6.Hij bracht het H Sacrament naar de kerk, en nam een andere Hostie om dan snel terug te keren tot de zieke, die de Hostie met ootmoedigheid en eer heeft ontvangen.

7.En toen ging hij naar de pastoor van het dorp Viversel, die elders woonde, om te vragen wat hij met de H Hostie moest doen, en die raadde hem aan om naar de devote en geleerde priester Simon te gaan, die in die tijd biechtvader was in de vermaarde abdij van Herkenrode.

8.En zo vatte hij de reis aan, en nam de miraculeuze Hostie met zich mee, en al de dieren die hij op de weg tegenkwam, vielen op hun knieën als ze hem zagen en bewezen zo het Heilig Sacrament eer.

9.Toen hij aan het klooster kwam, begonnen de twee klokken van de kerk uit zichzelf heftig te luiden.

10.Het was de feestdag van St Pietersbanden [1 augustus]: en dus was net het introitus van die mis ‘Nunc seio vere, etc’ bezig –Nu weet ik waarachtig dat God zijn engel gezonden heeft -. Die woorden betekenden voor de priester, die het H Sacrament bij zich had, een grote vreugde en blijdschap in het hart: hij voelde dat God wilde dat de H Hostie daar in het klooster zou blijven, en bewaard en vereerd zou worden.

11.Toen hij dan met de H Hostie op het koor kwam, keerde de priester die aan het altaar stond zich spontaan om te midden van de H Mis (hoewel hij niets van het wonderlijk mirakel en de priester afwist) en knielde neer voor de priester die de Heilige Hostie verborgen bij zich had. Die priester heeft Adam Suytens.

12.Op hetzelfde moment zag men in de miraculeuze Hostie een jongeling, die op zijn hoofd een mooie en stralende kroon had.

13.Daar was op dat moment ook een vrouw daar die al een lange tijd bezeten was door een boze geest, en die in de tegenwoordigheid van dit H Sacrament spontaan werd verlost.

14. Door deze en andere mirakels zijn mensen begonnen met die plaats te bezoeken, en ze wordt nog dagelijks bezocht door tal van pelgrims, en die daar een wonderlijke troost vinden van hun problemen en ziekten, na hun devotie.

15.Men houdt daar jaarlijks een plechtige processie, op het octaaf van Sacramentsdag, met onbeschrijflijke devotie van het volk; daarbij wordt het Sacrament van Mirakel rondgedragen, met de belangrijkste adel van het land, die het baldakijn dragen waaronder het Sacrament van Mirakel gaat.

Enkele mirakels:

16.Van heel wat gebreken en ziekten zoals scheurbuik, zijn er heel wat mensen genezen na bezoek aan dit H Sacrament, en nog dagelijks worden er mensen genezen (Annales Monasteri).

17. Mevrouw van Geet, die een zoon had die lange tijd ongezond was geweest en met wie het zwaar gesteld was, zag dat al de medicaties het kind niet hielpen en zocht haar toevlucht bij God, en zij beloofde een bedevaart naar Herkenrode en het H Sacrament er te bezoeken: en het kind werd zonder verklaring van de dokters, gezond.

18. Zo een weldaad werd ook in het jaar 1575 verkregen voor een kreupele dochter, die daar met haar krukken naartoe was gegaan voor de plechtige processie. Ze werd er gezond en ging zonder haar krukken naar huis.

Zo werd ook het kind van Geertruyt, een vrouw uit Hasselt, die het H Sacrament regelmatig bezocht van een ‘kwade arm’, die geen geneesheer had kunnen genezen. Ook een religieuze van het klooster werd genezen, nadat ze onder een zwaar geladen vrachtwagen was gekomen bij een ongeval.

19. In het jaar 1563 werd op een zekere nacht de kerk van Herkenrode beroofd, en daarbij werd zilverwerk gestolen en schone juwelen; maar toch werd de grote schone ciborie niet gestolen, waar in die tijd het H Sacrament in werd bewaard. Dat is niet omdat de dieven die niet wilden stelen of dat ze eerbied hadden voor het H Sacrament, maar omdat een mirakel hen dat belette. Want enkele dieven werden gepakt en voor de justitie gebracht en bekenden: ze hadden de ciborie ook willen stelen, maar toen ze op de bovenste trede van het altaar kwamen om het tabernakel open te breken en de ciborie te roven, overviel hun een grote vrees en benauwdheid en hun leek hun dat de hele kerk vol gewapende mannen was. En daarom durfden ze het H Sacrament niet aanraken en toen vluchtten ze voor hun leven.

Hetzelfde gebeurde in het jaar 1586. Toen enkele geuzen het klooster aanvielen en het H Sacrament wilden roven. Maar ze werden belet door een grote duisternis: ze konden geen licht meer aankrijgen. Want zodra ze het aanstaken, werd het miraculeus uitgeblazen. En zo belette God dat zij iets konden roven, want zij zaten in de duisternis van het ongeloof, van de zonden en van het kwaad. En ze konden dus niet de gedachtenis van zijn wonderen wegnemen, mishandelen of misbruiken.

In dezelfde tijd was er een Hendrik van Luik, die het H Sacrament graag zou willen zien. Hij kwam dus op een donderdag naar Herkenrode maar toen hij het H Sacrament zag, zag hij daar een gedaante met een ossenhoofd en met twee grote hoorns. Hij was natuurlijk erg geschrokken en ook de omstaanders zagen het aan hem; zij vroegen hem wat er gaande was en hij vertelde dus wat hij gezien had. Daarop raadden ze hem aan om te gaan biechten en naar de Eucharistie, en daarna terug moest komen zodat hij wat anders zou zien. Hij heeft die raad opgevolgd en onderzocht zijn ziel. Hij deed een oprechte biecht. Al zijn beestachtige zonden. En zo vernieuwd, keerde hij terug naar het H Sacrament, en in plaats van een ossenhoofd, zag hij een mooie jongeman.

20. In het jaar 1595, toen ik novice was, en woonde in het klooster in Hasselt, ging ik met mijn prior E.P. Nicolaus Roetkens, theoloog, naar het klooster van Herkenrode om het Sacrament van Mirakel te bezoeken, en ik mocht het na de Mis aanschouwen, maar ik kon niets anders zien dan de gedaante van Onze Lieve Vrouw, met op haar schoot het kindje Jezus, maar mijn prior die ik het nadien vertelde kon niets anders zien dan een lammetje. Zo zagen wij dus op hetzelfde ogenblik, terwijl we hetzelfde aanschouwden, iets totaal anders.

21. En twintig jaar geleden was er in dat klooster een grote brand, die wonderlijk geblust raakte na een zegen met het H Sacrament.

22.Op 7 juli 1616 kwam de E.P. Faustinus van Diest, die vicaris was van het capucijnenklooster in Maastricht, en die was al lange tijd doof. En hij kwam naar Herkenrode en bezocht het H Sacrament van Mirakel; en na zijn devotie kon hij weer volledig horen. En als dankzegging voor die weldaad heeft hij een lofzang gecomponeerd, gemaakt voor het Heilig Sacrament.

 

Aan de geschiedenis van de mirakels van Herkenrode, gaat ook een kadering vooraf, die we hier weergeven:

Eerwaarde vrouw, in zijn tijd zag de grote profeet David de weldaden die God aan zijn mensen deed, en die hem sterk voor de geest stonden, en hij zei: De barmhartige en genade God heeft een gedachtenis nagelaten van zijn wonderwerken: Hij heeft aan degenen die Hem vreesden voedsel gegeven. Door de menswording van Zijn Zoon, zijn geboorte, zijn besnijdenis, zijn dood, zijn verrijzenis, etc zijn wonderlijke feiten geweest waarmee Hij zijn oneindige liefde, ootmoedigheid, barmhartigheid en rechtvaardigheid heeft willen laten zien; maar opdat wij daar steeds aan zouden blijven denken, heeft hij ons het H. Sacrament van de Eucharistie achtergelaten.

1.De Eucharistie is als een beeld van zijn menswording: Want God heeft zich willen verenigen met de mensheid, en heeft willen geboren worden in een maagdelijk lichaam. En zo ook wordt in de H. Communie de mens verenigd met God, en Hij schrikt niet terug om te rusten in het lichaam van een zondaar (Joh 6), want Hij zei: Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt die blijft in Mij en Ik in hem.

2.Een beeld van zijn geboorte: Want net als de Zoon van God, de almachtige schepper van hemel en aarde, die door het heelal niet kan worden omvat, geboren werd in een kleine kribbe, zo wordt Hij hier aanwezig in een kleine Hostie. Zoals Hij toen werd geboren in Bethlehem, dat betekent Huis van Brood, en in doekjes werd gewonden en gedragen werd in de armen van zijn moeder; Zo rust Hij ook in de gedaante van het brood, en wordt hij gedragen door de handen van priesters. Toen werd daar de Blijde Boodschap verkondigd dat God omwille van de mensheid ook zelf mens was geworden, en toch wilde de wereld Hem niet kennen en niet ontvangen. Zo ook wil Hij voor onze verlossing worden tot spijs van onze ziel, en nochtans willen de ongelovigen Hem niet erkennen, of het loon van de rechtvaardigen ontvangen.

3.De Eucharistie is ook een teken van zijn besnijdenis. Want net zoals de Zoon van God heeft geleden in zijn menselijke natuur, en niet de Goddelijke, en de naam van de Zaligmaker heeft gekregen. Zo ook wordt het Heilig Sacrament gebroken in delen, maar Christus die erin aanwezig is blijft ongeschonden God en mens; en juist in het eten van dat voedsel ligt onze zaligheid.

4.Een teken ook van de Koningen: Want zoals ze Hem aanbaden in de stal, terwijl ze toch niets anders zagen dan een wenend kindje, en toch geloofden ze dat hij God was. Zo ook aanbidden we Christus op het altaar als waarachtig God en mens, terwijl men toch niets anders ziet, en tast, en ruikt, en smaakt als brood.

5.De Eucharistie herinnert ons aan de opdracht in de tempel. Want zoals hij daar werd voorgesteld als een onschuldig lam, een offerande aan de Vader; zo wordt hij ook op het altaar dagelijks voorgesteld als een heilig offer, een onbevlekte offerande, tot vergeving van onze zonden.

6.Een teken van zijn Gedaanteverandering. Want bij de transfiguratie heeft Hij ook zijn menselijke gedaante niet verloren, terwijl men sprak van zijn Lijden (Luc 9). Zo verliest ook in het H Sacrament het brood door de transsubstantiatie zijn gedaante niet: Het lijkt gewoon brood te blijven zoals het voorheen was, terwijl toch de natuur van het brood veranderd is, en dit Sacrament werd ingesteld tot gedachtenis aan zijn lijden.

7.De Eucharistie is een afbeelding van zijn wonderen en mirakels. Want net zoals hij eens het water in wijn veranderde, de blinden deed zien, en de kreupelen wandelen, etc. Zo verandert hij ook nu de wijn in zijn bloed, en door het nuttigen van Zijn heilig lichaam, geneest hij ook de blinden, de kreupelen, etc de gezondheid van hun ziel en ook dikwijls (zoals we zullen laten zien in verschillende feiten) naar lichaam.

8.Een teken van zijn lijden. Want net zoals hij geduldig het lijden gedragen heeft en de blasfemie en uiteindelijk de dood, zo wordt hem ook in het H Sacrament vaak oneer aangedaan door ketters en slechte Katholieken, zoals we in het verleden gehoord en gezien hebben en ook uit de voorbeelden mag blijken. (Heb 6. Ser 118 de tep). En zo klaagt ook de H. Augustinus het aan als hij spreekt tot hen die het H Sacrament onwaardig hebben ontvangen: ‘Waarom hebt gij Me met het zware kruis van uw zonde gepijnigd? Zwaarder is Mij het kruis van uw zonden, dat ik tegen mijn dank moet dragen, dan het kruis waar ik ben aan opgeklommen, omwille van het medelijden met u’.

9.De Eucharistie is ook een teken van Zijn Verrijzenis. Want zoals hij toen uit het graf is verrezen en zich tot grote blijdschap aan zijn vrienden heeft vertoont, en ons het bewijs van zijn verrijzenis heeft gegeven. Zo komt hij ook door de H Communie van de Vader, waarnaar hij is opgestegen, alsof hij opnieuw voor ons wil verrijzen, en zo geeft hij onuitspreekbare blijdschap aan de harten van de gelovigen die hem devoot ontvangen: en Hij belooft door de kracht van zijn Heilig Lichaam hen op te wekken op de laatste dag.

10.Een teken van zijn opstijgen naar de hemel. Want zoals hij toen is opgestegen zodat hij bij de Vader onze advocaat en voorspreker zou kunnen zijn, zo stijgt dagelijks de zoetigheid en de geur van dit Sacrament op naar God de Vader, tot verzoening van onze zonden, en tot afkeer van al onze ellendigheden.

11.Een teken van de zending van de Heilige Geest over de apostelen. Net zoals de apostelen toen verschillende gaven hebben ontvangen, zo wordt ook de mens wonderlijk gezegend door dit H Sacrament: Hij wordt vervuld van liefde, krachtig en voorzichtig, geduldig tegenover het kwaad dat hem wordt aangedaan, vlijtig, gehoorzaam, ootmoedig, en genegen tot dankbaarheid, zachtmoedig als hij wordt vermaand tot deugd of gestraft voor het kwaad, geschikt in de zaken van het hart, vreedzaam met zijn naaste, wijs in twijfelachtige zaken, vaardig in de deugd, rijk in gratie en verdiensten, en gesterkt en geholpen in problemen, tegenspoed en beproevingen.

12.Een beeld van al zijn eigendommen en deugden. Van zijn wijsheid, dat hij dit middel voorstelt om naar God te wijzen in zo een fijne creatuur. Van zijn goedheid, dat hij hem zo vriendelijk draagt. Van zijn liefde, waardoor hij zich verenigt met zijn vrienden en zichzelf niet weigert aan zijn vijanden. Van zijn barmhartigheid, dat hij aan de hongerigen zichzelf als spijs geeft, en dorstigen tot drank, en zieken tot medicijn, etc. Van zijn vrijgevigheid, omdat hij alles geeft wat hij heeft. Van zijn almogendheid door met dit H Sacrament zoveel mirakels te bewerkstellingen. Van zijn geduld, door dagelijks zoveel te verdragen van wie hem onwaardig ontvangt. Van zijn gehoorzaamheid, dat hij zich in dit H Sacrament onderwerpt aan de begeerte van de priester, hoeveel zonde die ook heeft. Van heel zijn leven, waarvan gedachtenis wordt gehouden in de H Mis, zoals ik reeds heb beschreven in ‘de Boom des levens’, het boekje waarin ik schreef over de liturgie van de H Mis.

En zijn barmhartigheid is zo groot, dat hij ons niet alleen een gedachtenis heeft willen geven van zijn wonderwerken die hij voor ons heil gedaan heeft, maar ook van hetgene in het H Sacrament werkelijke tegenwoordig is: Want hoe goed is de opperste waarheid [dat zijn barmhartigheid oneindig is], waarop ons Katholieke geloof is gegrondvest en onze hoop: dat wie daarbij wil horen, het niet wil kwijtraken, maar door een rechtvaardig en volmaakt leven tot de eeuwige zaligheid zal raken. Het volstond Hem niet om aan zijn bruid de H. Kerk de zekerheid te zeggen dat Hij aanwezig is in het H. Sacrament met heel zijn Lichaam, zijn vlees en bloed, met botten en zweet en al zijn ledematen als een volkomen mens, en zei (Mattheus): Neem en eet, dit is mijn Lichaam. Hij heeft dat alles ook nog willen bevestigen met wonderlijke tekens, mirakels opdat sommige kinderen van de Kerk, die zwak in het geloof zijn, die net als de H Thomas zeggen (Joh 20) Als ik niet zie, zal ik niet geloven. Met die tekens zullen ze toch meer devotie en rust krijgen (hoewel het verdienstelijker is niet te zien en toch te geloven) om het H Lichaam te ontvangen en dus zijn gratie, barmhartigheid, zuiverheid, en sterkheid.

Onder die wonderlijke mirakels in onze nederlanden zijn er enkele belangrijke zoals dat in Zeeland, een in Vlaanderen (Gent), in Brabant (Brussel) en een vierde in het land van Luik (Viversel-Herkenrode), waarmee de Heer het heeft behaagd om uw vermaarde abdij te vereren, en daar een eeuwige gedachtenis na te laten. En deze kostelijke schat is daar voor al de anderen verborgen gebleven, en was alleen bekend in het land van Luik, vermits nog niemand het op schrift had gesteld, tot ik het nu doe. En waar de weldaden van God onbekend blijven, daar vergeet men zijn liefde voor ons, en verflauwt de devotie van de christenen, de dankbaarheid en de vurigheid vergaat, en de fontein van weldaden stopt zo. Dus heb ik dit willen doen, en uw vaderland feliciteren en zo veel goed willen doen aan uw abdij die deze grote gift van het Sacrament van mirakel bewaard. En om dit mirakel nog meer te onderstrepen, heb ik er nog de geschiedenis van drie andere mirakels bijgevoegd. En aangevuld met uitleg en voorbeelden, opdat de Katholieken die dit lezen bevestigd mogen worden in hun geloof, en de ketters van hun ongelovigheid mogen bekeerd worden.

[…]

Uw goedwillige dienaar van Christus

E.P. Matthias Pauli, religieus van de Augustijnen van Hasselt.

 

 ©copywright Annemie America, Stad Hasselt / Parochie St Quintinus